Periode 1960-1980

Het globale beeld van Veenendaal zoals dat tot aan de jaren zestig bleef bestaan, was dat van een aantal min of meer verspreide bebouwingsaanzetten, ogenschijnlijk volslagen willekeurig vermengd met bedrijfscomplexen.

Uitbreidingsplan

Dit beeld valt evenwel makkelijk te verklaren uit de voorkeur en de noodzaak te bouwen op de hogere zandgronden met als belangrijkste voordelen een eenvoudiger fundering en minder wateroverlast. Hoewel er al in 1923 een uitbreidingsplan werd ontworpen door het Arnhemse architectenbureau Buvani waarin de verspreide bebouwing werd geïntegreerd in een totaalplan, duurde het nog tot in de jaren zestig voordat de lager gelegen en dus moeilijker te bebouwen delen van de gemeente werden ingericht. Na de gemeentelijke herindeling op 1 januari 1960 richtte het gemeentebestuur zich primair op woningbouw, terwijl er daarnaast een gebied van 50 hectare werd gereserveerd voor industriële doeleinden.

Na 1960

In de loop van de jaren zestig werden allereerst de resterende ruimten rond de kern opgevuld met hoogbouw, zodat het dorp een min of meer concentrische structuur verkreeg. Achtereenvolgens werden de uitbreidingen Schrijverspark, 't Hoorntje, Jan Roeckplantsoen, Engelenburg en Molenbrug gerealiseerd, alsmede een aantal kleinere complexen in Zuid-West en voormalig Gelders Veenendaal. Het bewuste industrieterrein werd in de periode 1962-1972 aangelegd in de driehoek gevormd door de Industrielaan, Parallelweg en Groeneveldselaan. De malaise in beide vanouds aanwezige bedrijfstakken en de daaruit voortvloeiende massale ontslagen in de jaren zeventig, vormden voor het gemeentebestuur aanleiding het industrieterrein uit te breiden met het gebied tussen de Wageningselaan en de Middelbuurtseweg in de hoop daarmee nieuwe werkgelegenheid aan te trekken.

Woningbouw had plaats in respectievelijk Dragonder-Zuid, De Pol en Dragonder-Noord, terwijl in het uiterste zuiden van de gemeente een begin werd gemaakt met de uitvoering van het bungalowpark Salamander. Met de in 1974 genomen beslissing om de gemeente ook buiten de inmiddels gerealiseerde Rondweg-west uit te breiden, werd de tot dan toe gevolgde formule van een concentrische opbouw verlaten. In die tijd ontstonden de woonwijken Veenendaal-west, Driehoek Boslaan en Petenbos en de bedrijventerreinen Industriewijk, De Vendel en De Compagnie, waar veel hoogwaardige werkgelegenheid zich inmiddels heeft gevestigd.

Verdere woningbouw

Begin jaren tachtig ontstonden ook de eerste stadsvernieuwingsprojecten op de open terreinen die het gevolg waren van de sloop van de leegstaande fabrieken rond de oude dorpskern (inbreiding). In het centrum werd het doorgaande verkeer teruggedrongen ten behoeve van de winkelfunctie van het gebied. Door de relatief grote uitbreiding van het aantal winkelvoorzieningen (onder andere de Miro-Passage en omgeving) en het aantal parkeerplaatsen, wordt getracht de positie van Veenendaal als regionaal centrum verder te versterken.

De groei van Veenendaal betekende uiteraard een forse aanslag op het buitengebied. Van de totale oppervlakte van de gemeente wordt op dit moment een zeer groot deel ingenomen door het stedelijk gebied.