Na de bevrijding

Na de bevrijding is er nog veel te doen. Voorlopig valt het hele land onder het Militaire Gezag, ingesteld door de geallieerden om de zuiveringen goed te laten verlopen. De opgepakte NSB’ers en collaborateurs worden voorlopig opgesloten in fabrieksgebouwen. Overdag moeten ze dode dieren in het voormalig spergebied opruimen en helpen om stellingen af te breken. Na twee maanden worden ze overgebracht naar andere gevangenissen, maar het berechten zal nog veel tijd kosten.

De slachtoffers van de beschietingen in april worden op 17 mei tegelijk begraven. Een lange stoet koetsen met daarin de lichamen van de slachtoffers gaat door Veenendaal naar de begraafplaats aan de Munnikenweg. Maar een dag later vallen er weer slachtoffers, als drie tienerjongens op onderzoek gaan in een bunker vol munitie in De Klomp. Twee oudere jongens die hen naar binnen zien gaan en hen willen waarschuwen, komen ook om als de munitie ontploft.
Velen wachten vol spanning op de terugkeer van familieleden uit kampen. Het lot van de joodse slachtoffers is al snel duidelijk: degenen die naar de kampen gebracht zijn, zijn allemaal vermoord. 

De distributie gaat nog een paar jaar door. Maar daar vinden mensen creatieve oplossingen voor: een paar te kleine kinderschoenen ruilen tegen een paar grotere bijvoorbeeld. De werkkampen worden ingericht tot noodwoningen voor mensen die geen huis meer hebben. Zo goed en zo kwaad als het gaat probeert men het gewone leven weer op te pakken. Zo wordt er op 31 augustus, Koninginnedag, weer feest gevierd. De straten zijn versierd en er is een grote optocht.

Ter herinnering aan de slachtoffers wordt een eenvoudig wit kruis op het Stationsplein geplaatst. In 1951 wordt dit vervangen door een beeld van de kunstenaar E.J. Grossman, en in 1991 komt er ook een namenwand. Door onderzoek van de werkgroep Graven Oorlogsslachtoffers Munnikenhof van de historische vereniging Oud Veenendaal, zijn er sindsdien meer namen bekend geworden en toegevoegd. Ook dit jaar zijn er weer drie namen toegevoegd.