Leven in Veenendaal in 1892

Industriële revolutie

In Nederland kwam de industriële revolutie vanaf circa 1850 goed op gang. Veenendaal ontwikkelde zich in die periode tot een echte industrieplaats. Vooral de textielindustrie en in mindere mate de tabaksindustrie ontwikkelden zich sterk in Veenendaal.

Aanvankelijk was er geen enkele wetgeving over bijvoorbeeld kinderarbeid en arbeidsomstandigheden. De werkdagen van de arbeiders waren erg lang en de leef- en arbeidsomstandigheden vaak gevaarlijk en ongezond.

Door de overheid werd hier aanvankelijk niet veel aan gedaan. Het idee was dat de werkgevers en de individuele werknemers het maar onderling moesten en konden regelen. Pas toen er verzet zichtbaar werd en uit angst voor sociale onrust en Marxistische ideeën, toenemende criminaliteit en epidemieën kwam de overheid in actie.

Eerste onderzoek overheid

In 1886 besloot de Tweede Kamer tot een groot onderzoek naar de leef- en werkomstandigheden van de fabrieksarbeiders in Nederland. Door dit onderzoek werden wel vele misstanden aan het licht gebracht die veel verontwaardiging opriepen.

Het door de bourgeoisie gekoesterde idee dat het in Nederland allemaal nog wel meeviel, lag na dit onderzoek definitief in duigen. Iedereen besefte dat dit niet langer zo kon doorgaan. Kort na het onderzoek werd de kinder- en vrouwenarbeid verder ingeperkt en werd de Arbeidsinspectie in het leven geroepen.

Tweede onderzoek

Een paar jaar later, In 1890, besloot de regering tot een tweede grootschalig onderzoek. Een Staatscommissie inzake de arbeidsenquête werd ingesteld, die moest gaan onderzoeken of er misschien nóg meer sociale wetgeving nodig was.

Voor dit onderzoek werden opnieuw een aantal industrieplaatsen in Nederland uitgekozen. En dit keer was een van die plaatsen ook het industriedorp Veenendaal. In 1892 kwam de commissie naar Veenendaal om ter plaatse de situatie onder de loep te nemen. In totaal werden 12 Veenendalers door de commissie opgeroepen om verhoord te worden.

Onderzoek in Veenendaal

De commissieleden die in 1892 naar Veenendaal afreisden waren niet de eerste de besten:

  • M.J.C.M. Kolkman, notaris, lid Tweede Kamer en vooraanstaand katholiek politicus.
  • S.M. van Wijck, steenfabrikant, later o.a. ook lid Tweede Kamer.
  • J.C. Th. Heyligers, Oost-Indisch rechterlijk ambtenaar met verlof, tijdelijk verblijf houdende te 's Gravenhage.
  • W.H.J. Roijards, schoolopzichter in het district Rhenen, wonende te Utrecht.
  • G. Emants (geen verdere informatie van bekend).

De verslagen van de vraaggesprekken (PDF, 335kB) zijn bewaard gebleven en vormen waardevol materiaal omdat ze inzicht geven in de toenmalige toestanden en opvattingen rond arbeid in de fabrieken.